TUSSENMAAND

Normaal is de maand januari voorbehouden aan een standaard winterstop en voor topclubs steeds vaker een trainingskamp in een warm en fout Qatar. De Corona-accordeon heeft echter alle sport en ook het voetbal zo in elkaar gedrukt dat van de geijkte arbeids-rustverhoudingen geen sprake meer kan zijn. Het is nu écht topsport; niet alleen op het veld en in de medische begeleiding maar ook in de bestuurskamers. Na een zogenaamd gemakkelijke eerste competitiehelft (waarin Ajax desalniettemin tweemaal verloor en met een deprimerend gelijkspel afsloot) resteren er nog 20 wedstrijden in 2021. Worden de (6) toppers tussen PSV, Feyenoord en Ajax doorgaans opgesplitst door die winterstop, in januari zal Ajax naast zijn gezworen tegenstanders ook AZ, de ploeg die men in de vorige jaargang niet wist af te schudden, treffen. Omdat Ajax ook voor de beker in Alkmaar moet aantreden, staan er 4 toppers in één maand op de kalender.

Er staan wat rekeningen open en het is de vraag of Ajax doordrongen is van de urgentie. PSV staat slechts op één puntje van de Amsterdammers en de overtuiging die eind 2019 uit de ploeg verdween, is nog altijd niet teruggekeerd. Het thuisbrengen van Davy Klaassen leek onmiddellijk bij te dragen aan een herstel van het voetbal dat Ajax voorstaat. Die opwinding verloor aan kracht toen de ervaren Davy zo enthousiast vóór de troepen uitliep dat het punten kostte. Na de 2019 kopie van de groepsuitschakeling in de Champions League, stelde de trainer dat de huidige selectie van Ajax ‘niet heel breed is’ voor deze topcompetitie. In het allesbeslissende thuisduel met Atalanta Bergamo liet hij de 18-jarige Brian Brobbey het uitvechten met een rotsvaste Italiaanse defensie. In de eerste wedstrijd na die Europese kater had Klaas-Jan Huntelaar (37) aan slechts 7 minuten genoeg om zijn waarde in de spits te tonen. Het argument van zijn vanzelfsprekende doelpunten in de Eredivisie is net zo opportunistisch als het opstellen van een junior in een wedstrijd van ruim 12 Miljoen euro.

Marc Overmars sprak van een ‘Tussenjaar’; een kwalificatie die later door Edwin van der Sar werd genuanceerd. Het was vooral ‘financieel’ bedoeld. Ajax kent geen tussenjaren. Er moet altijd worden gepresteerd en dat begint bij het kampioenschap. Januari wordt daarom het scharnierpunt van het lopende seizoen. Ten Hag heeft aangegeven dat de selectie er klaar voor is. Fans en volgers zien Achilleshielen en beren op de weg maar Erik verzekert ons dat hij niemand extra nodig heeft. Dat is prijzenswaardig en deze zware tussenmaand zal daarover uitsluitsel geven. Het aanstaande tropenrooster is overigens wel een idee om meer weerstand te organiseren. Bijvoorbeeld door een volwassen play-off om de titel. Twee ploegen die elkaar bestrijden naar Amerikaans model van de ‘Best-of-seven’. De club die 4 wedstrijden wint, is met recht De Landskampioen. De Chicago Bulls van Michael Jordan waren in zo’n serie onverslaanbaar. Dat zou Ajax niet misstaan.

Robert Leon ©

In Mokum Magazine – januari 2021 (#88)

LIVE WAS LIFE

Diego is bij Johan. Op de sterfdag van een andere onweerstaanbare dribbelaar, George Best (2005) bezweek het overbelaste hart van Maradona. Voor een ruim van tevoren aangekondigde dood werd hij eigenlijk (60) stokoud.

Diego Armando Maradona speelde nooit tegen Ajax; wél tegen voldoende Ajacieden, vooral in de Italiaanse Serie A. Bijvoorbeeld tegen het AC Milan van Marco van Basten en Frank Rijkaard. De Argentijn trof slechts eenmaal het Nederlands Elftal. In een wedstrijd ter ere van het 75-jarig FIFA jubileum ontmoetten de finalisten van het WK 1978 elkaar in het Zwitserse Bern (22 mei 1979). Het was de tweede interland van ‘Pluisje’; zijn eerste kennismaking met Europa én het verdienstelijke debuut van Simon Tahamata. 

Maradona had in 1978 in eigen land tegen Oranje wereldkampioen kunnen worden. Hij debuteerde op zeventienjarige leeftijd ruim een jaar eerder maar de Argentijnse keuzeheer César Luis Menotti achtte hem nog te jong voor zo’n toernooi. Na een overspannen poging in 1982 (Spanje) zou hij in Mexico (’86) zijn getormenteerde land en matige ploeg naar een tweede wereldtitel voetballen. Meer nog dan Cruijff in 1974 was hij de speler die het verschil maakte. Net als Nummer 14 speelde hij tegen West-Duitsland een onzichtbare finale waarin Diego omringd door vier Duitsers wél de briljante pass op Burruchaga verzond die Argentinië de overwinning bracht. Onmiskenbaar zijn verdienste en allergrootste prestatie die hij vervolgens min of meer kopieerde in het Zuid-Italiaanse Napels waar hij SSC Napoli naar hun enige kampioenschappen (’87 en ’90) en zelfs een UEFA CUP (’89) leidde. De man die opgroeide in de kansloze krotten van Villa Fiorito in Buenos Aires tekende voor sportieve successen, vreugde en Latijnse emotie in de armste en gevaarlijkste stad van Italië. 

Diego bleef een held in Napels maar werd het onverbiddelijke kind van de rekening toen Argentinië gastheer Italië in de halve finale van volgende WK (1990), nota bene in zijn Napels uitschakelde. Schandalen, drugs, belastingen en schorsingen werden de onvermijdelijke ondertiteling van een carrière die langzaam dood dribbelde. Voor zijn laatste WK (1994 in de Verenigde Staten) keerde een afgetrainde Maradona terug in een sterke nationale ploeg. Na een overtuigende zege op Nigeria rukte de FIFA de ziel uit de titelkandidaat. ‘Pluisje’ testte positief op het onschuldige Efedrine dat was gebruikt in het terugdringen van zijn overgewicht. Hij kon als een Ben Johnson inrukken. 

Maradona was vanaf zijn sensationele ontdekking publiek bezit. Hij leed een eeuwig leven onder een microscoop; vergelijkbaar met de jacht op prinses Diana. Ook al werd de man steeds minder toerekeningsvatbaar; hij had zoveel gegeven dat hem alles werd vergeven. Was het Johan die de bal zag, Diego wás de bal. Een linkspoot ongeëvenaard. Inmiddels sluit hij aan bij een rondo met Best, Ferenc Puskás, Alfredo di Stefano, Pietje Keizer en JC. Sta je in het midden, dan heb je ‘levenslang’.

Robert Leon ©

In Mokum Magazine – december 2020 (#87)

EIGENWIJSNEUS

Winst en verlies in voetbal wordt net zoals bij eigenlijk alle sporten bepaald door de persoon of de ploeg die het minste aantal fouten maakt. Hoe vaak zit je niet naar een wedstrijd te kijken waarin het elftal dat de wedstrijd domineert, zijn kansen niet benut en tenslotte door een ongelukkige maar beslissende fout aan het kortste eind trekt. Het lijkt alsof die afrekening op het veld plaatsvindt terwijl die dwaling ook zijn oorsprong kan vinden in de begeleiding. In een trainer/coach die hardnekkig vasthoudt aan een tactiek die niet werkt of aan spelers (Álvarez, Labyad) die niet functioneren. Erik ten Hag heeft in Amsterdam het krediet van een staatsobligatie. Kritiek op zijn onbegrijpelijke keuzes wimpelt hij (‘dat mag jij vinden’) af met een minachting alsof alleen hij er iets van snapt. Ook al bracht hij een unieke selectie tot aan seconden van een Champions Leaguefinale, in de praktijk is hij echt nog altijd de oefenmeester van een Go Ahead Eagles of FC Utrecht.

Zijn statistieken zijn niet bijzonder en bijvoorbeeld minder die van de afgeserveerde Marcel Keizer. Ten Hag puzzelt tegen Liverpool FC als vermeend underdog een passende strategie in elkaar. Voor wedstrijden waarin Ajax echter de natuurlijke, bovenliggende partij is, heeft hij geen herkenbaar plan. In anderhalf jaar tijd, speelde Ajax driemaal uit bij FC Groningen. In 2019 won de aanstaande kampioen met pijn, moeite en mazzel. In 2020 verloren de machteloze Amsterdammers daar tweemaal. Ten Hag trekt geen enkele lering uit eerdere confrontaties. Hij moddert door en hoopt dat het surplus aan kwaliteit van zijn prijzige selectie de doorslag geeft; nauwelijks een verdienste in deze Eredivisie. Het is aan de spelers.

Met de komst van Antony en Mohammed Kudus (en natuurlijk Davy Klaassen) heeft Ajax krachten die onmiddellijk kunnen worden ingezet. De meniscusblessure van de Ghanees Kudus is daarom rampzalig in de verwachte titelstrijd met een PSV dat een veelbelovende transferperiode heeft afgerond. Een snelle blik op de bank en de talentenvoorraad op De Toekomst is plotseling verontrustend. Het grootste probleem blijft de spitspositie. Ajax leunt al jaren niet meer op een midvoor die garant staat voor minimaal 25 goals. Ondanks al het geld en scouting, staat deze vacature nog steeds pijnlijk open.

De laatste drie titels in Eindhoven zijn juist te danken aan de doelpunten van het aanspeelpunt Luuk de Jong dat Ajax niet oppikte. De broer van Siem die Sevilla naar de Europa Leaguewinst kopte, was in 2019 nog gedeeld topscorer met Dušan Tadić. Erik ten Hag ziet alleen internationaal nog een gelegenheidsspits in de Serviër. PSV versterkte zich intussen met de Israëliër Eran Zahavi die claimde ook door Ajax te zijn benaderd. Overmars en Ten Hag ontkenden in koor waarop Eran stelde dat als hij Erik straks in de ogen aankijkt, zij beiden de waarheid weten. Dat wordt nog wat!

Robert Leon ©

In Mokum Magazine – november 2020 (#86)

IN HART EN NIEREN

Op het moment dat Ronald Koeman in Barcelona aan Luis Suárez te verstaan gaf dat zijn dagen in Catalonië en aan de zijde van zijn makker Messi waren geteld, sloegen de romantische hoofden van de Ajax-fans op hol. Had Luis niet bij zijn vertrek (begin 2011) beloofd om zijn carrière in Amsterdam te komen afsluiten? Net als de hoop op een thuiskomst van Jan Vertonghen bleek het een natte droom te zijn. Suárez (33) speelde zowel in Amsterdam als in Liverpool 3,5 jaar en herinnert zich waarschijnlijk de toezegging die hij wellicht ook op Anfield heeft gedaan, niet eens meer. Marc Overmars informeerde plichtmatig naar de kansen in de wetenschap dat Luis Ajax en zijn weliswaar opgeschroefde salariëring echt nooit heeft overwogen. De Uruguayaan verkast nu in tranen naar (Atletico) Madrid waar het nog eenmaal kassa is.

De Belg Vertonghen (33) speelde vanaf zijn zestiende jaar 9 seizoenen voor Ajax en zelfs met die achtergrond, koos hij deze zomer voor een nieuw avontuur bij Benfica. Naar verluidt omdat hij de concurrentiestrijd met zijn vriend Daley Blind in het hart van de verdediging uit de weg wilde gaan maar natuurlijk ook omdat er in Portugal heel behoorlijk wordt betaald.

We bespraken op deze plek al eerder ‘De kunst van het terugkeren’ naar Ajax. Henk Groot, Johan Cruijff en Frank Rijkaard tekenden voor een succesvolle rentree naar hun Ajax in De Meer. De vraag was indertijd of de toenmalige Mancunian Daley Blind de eerste oud-Ajacied kon worden die zou slagen bij zijn terugkeer in de Johan Cruijff ArenA? Ook hij suggereerde bij zijn late vertrek na het WK 2014, zijn loopbaan op het oude nest te willen afsluiten. Het kind van de club en van vader Danny hield woord (2018) en ging voorop in het behalen van eindelijk weer een landstitel en een Champions League ‘run’ die we niet meer voor mogelijk hadden gehouden.  

Nog vóór Daley, keerde ook Klaas-Jan Huntelaar terug in de ArenA. Hij speelde er slechts 3 jaar, scoorde er flink op los maar werd in Amsterdam (alsmede bij zijn andere clubs) nooit landskampioen. Een verzuim dat hij met de hulp van Blind nadrukkelijk wegpoetste. Zijn gevonden, winnende treffer in Groningen bleek doorslaggevend in het breken van concurrent PSV.

Clubliefde is in het huidige, vluchtige voetbal een rariteit geworden, Daley Blind (30) is echter net als Cruijff en Sjaak Swart doordenkt met het rood en wit van Ajax. Het zit letterlijk in zijn DNA, een Ajacied in hart en nieren. En dat Daley een hart heeft werd het afgelopen jaar onvrijwillig meer dan duidelijk. Bij momenten misschien onregelmatig maar het klopt zelfverzekerd in Amsterdam en gelukkig gezond óók onder het shirt van zijn club. Hopelijk met nog jaren in het verschiet.

Robert Leon ©

In Mokum Magazine – oktober 2020 (#85)

ONGELUKKEN WAAROP HET WACHTEN WAS

Het Nederlandse voetbal is ondertussen het lachtertje van Europa en de KNVB doet alsof zijn Koninklijke neus bloedt. In alle ons omringende landen is er uiteindelijk meer of minder doorgevoetbald, zijn er bekerfinales gespeeld, competities afgerond of is er in ieder geval een kampioen aangewezen. Nu was dat in België (Club Brugge) en in Frankrijk (met Paris Saint-Germain) eenvoudig omdat deze clubs ontegenzeggelijk onderweg waren naar hun titels. De Eredivisie heeft in 2020 helaas de twijfelachtige eer géén winnaar te kennen. In tegenstelling tot de KNVB spraken onze voetbalbuurlanden tijdens de allereerste Coronamaatregelen niet onverstandig vóór hun beurt. Zij werden uiteraard gedicteerd door lucratieve televisiecontracten maar toonden ook een bezieling om supporters in lockdown op voetbalwedstrijden en juist niet op beslissingen achter een bestuurstafel te trakteren. Regeren is niet alleen vooruitzien; het is ook een plan met geduld hebben. De directie in Zeist vond zo snel aansluiting bij de Haagse politiek die natuurlijk ook worstelde met evenementen, dat de begraven Eredivisie blijkbaar met geen mogelijkheid meer tot leven kon worden gewekt toen om ons heen warempel de voetbalschoenen weer werden aangetrokken.

Zonder landskampioen te zijn, werd Ajax door diezelfde KNVB als lijstaanvoerder op basis van het doelsaldo, de begeerde rechtstreeks plaatsing voor de Champions League toegewezen. Ajacieden zien dat als een terechte beloning omdat zij voornamelijk zélf die benodigde UEFA-coëfficiënten hebben binnengesleept. Voor hen die Ajax geen warm hart toedragen, hielp het niet dat de Amsterdammers in het seizoen zowel uit als thuis van mede-koploper AZ verloren en tweemaal een voorsprong van 6 punten op die Alkmaarders verspeelden. De begrijpelijke verdenking is dat als Ajax op de ranglijst los zou hebben gestaan, de KNVB ze tot kampioen zou hebben uitgeroepen.

Het door het Coronavirus gestrande voetbalseizoen en de luidruchtige juridische strijd van AZ, overvleugelden de staat waarin Ajax de competitie noodgedwongen moest staken. Aan de vooravond van de laatste (gewonnen) wedstrijd in Heerenveen, had Erik ten Hag van de laatste 16 wedstrijden maar liefst 8 nederlagen moeten incasseren. Een bizarre verliesverzameling waarin zijn ploeg tweemaal Europees werd uitgeschakeld; het uit de KNVB werd geknikkerd en de voorsprong op AZ werd verspeeld. Er zijn trainers voor minder aan de kant geschoven. Je moet er niet aan denken dat de breed uitgemeten ruzie tussen Sergiño Dest en Dušan Tadić in Heerenveen symptomatisch was geweest voor puntverlies met als definitief gevolg dat AZ alléén aan de leiding ging op het moment dat Corona uitbrak. Wie zou de KNVB dan naar de prijzenpolonaise van de UEFA hebben gestuurd?

Niemand weet hoe het Ajax verder zou zijn vergaan en of het Erik zijn baan had gekost. Zeker is dat hij geluk heeft gehad want het resultaat, het veldspel en de gezondheid van de selectie waren weinig bemoedigend. De KNVB kreeg wél wat het over zichzelf afriep, een ongeluk waarop het kon wachten.

Robert Leon ©

In Mokum Magazine – september 2020 (#84)

 

DE WAARSCHUWINGSTACKLE VAN EEN BOEKENSTEUN

Van de elftalfoto voorafgaand aan de Europa Cup 1 finale op Wembley (1971) zijn nog slechts 3 Ajacieden in leven. Nico Rijnders (28 jaar oud) ontviel ons in 1976 als eerste. Naar aanleiding van het brekende nieuws over het overlijden van Wim Suurbier (75) noemde Jack van Gelder dit onvermijdelijke uithollen van deze legendarische generatie in zijn zondagse ‘Rondo’ (12 juli 2020) ‘De loopband van het leven’. Van de ploeg die tegen Panathinaikos in het veld kwam zijn Johan Neeskens (68), Heinz Stuy (75) en de stamoudste Sjaak Swart (82) maar ook de invallers Arie Haan (71), Horst Blankenburg (73) en de toen geblesseerde Ruud Krol (71) nog onder ons.

Wim Suurbier

Met Krol onderhield Suurbier een bijzondere relatie: vriend en collega. Wim als pure rechtsback en Ruud als rechtsbenige op linksachter. Tijdens het onvergetelijke WK van 1974 waren ze niet alleen het voetbalkomische duo ‘Snabbel & Babbel’, de Ajacieden waren nog veel meer de boekensteunen van het Totaalvoetbal. Zij vormden de muren waarbinnen dat overweldigende voetbal waar nog steeds over wordt gesproken, kon gedijen. In een team waar iedere speler overal kon opduiken, beheersten zij hun zijkanten van de verdedigende tot aan de aanvallende achterlijn. Met zijn linkerbeen liet Krol op linksbuiten, in de halve finale (tegen Brazilië) Johan Cruijff prachtig doel treffen. Wim stelde op zijn beurt als een veredelde rechtsbuiten Johnny Rep in de allereerste wedstrijd (Uruguay) in staat om de score te openen.

Voorzetten waren echter niet de sterkste eigenschap van Suurbier. Hij vond er weliswaar per ongeluk JC mee in de Europa cupfinale tegen Inter (’72), de meerderheid van zijn voorzetten miste precisie en belandde niet zelden achter het doel of zelfs tussen het publiek. Desalniettemin was Suurbier een onmisbare schakel in Ajax en Oranje. Waren Cruijff en Keizer de natuurtalenten; Wim was de natuurkracht die de gehele rechterflank domineerde. Menig linksbuiten zal wakker hebben gelegen van een aanstaande ontmoeting met hem. De onverwoestbare Swart vroeg zich niet ten onrechte af hoe Wimpie de ijdele Cristiano Ronaldo zou hebben aangepakt. De vraag stellen is hem beantwoorden. Hoewel ook Suurbier zijn achilleshiel had. Op Frank Kramer had hij geen antwoord. De grillige en half serieuze aanvaller legde hem regelmatig in de luren. De latere quizmaster en presentator (Eurosport) was echter de uitzondering in het oeuvre van Wim Suurbier want in de regel rekende hij onmiddellijk af met zijn tegenstanders. Ben de Graaf sprak er in De Volkskrant schande van. De sportjournalist die ook het goedaardige atletiek en biljarten versloeg, zag Wim samen met Neeskens en Wim van Hanegem als het moest, keiharde overtredingen maken.

Suurbier introduceerde de waarschuwingstackle. In de beginfase van de wedstrijd ging hij doelbewust niets ontziend het duel in met de gevaarlijkste opponent die meteen langdurig aan zijn zijlijn moest worden behandeld. Van hem zou Wim geen last meer hebben.

Robert Leon ©

In Mokum Magazine – augustus 2020 (#83)

Mokum Magazine Augustus 2020 1

 

‘KIJKEN, KIJKEN EN DE REST ERBIJ DENKEN’

Ik mis Johan Cruijff. Het idee dat hij niet ieder moment over voetbal, politiek of andere zaken zijn mening kan geven, went maar niet. Je ziet Mart Smeets en Tom Egbers bij de recente terugblikken stuiteren bij de ongerepte logica van JC. Even onnavolgbaar als onbegrijpelijk maar tussen de losse flodders door plotseling briljant. Mijn stadgenoot die op mijn verjaardag kwam te overlijden, zou in deze ongekende tijden dankbaar zijn geciteerd. Helaas wel uit het oude oeuvre van deze onbedoelde ‘woordkunstenaar’.

Zou het orakel de bestrijding van het virus als volgt beschrijven? Johan probeerde er indertijd De Italianen mee te typeren: ‘Corona kan niet van je winnen, maar je kunt er wel van verliezen’. Misschien wel zijn beroemdste uitspraak is ‘Ieder nadeel heeft zijn voordeel’. Die intelligente lockdown (het nadeel) zorgt er wel voor dat mensen méér thuis zijn en dat daardoor gezinnen veel beter met elkaar leren omgaan (één van de voordelen). Sterker nog, Johan vergeleek ooit het Totaalvoetbal met zijn eigen familie waarin de taken rouleerde. JC hield niet van ‘Mensen die bewegen maar niet weten waar naar toe’. Een credo dat in een ‘anderhalve metersamenleving’ iedereen scherp had kunnen houden.

Zelfs in het racismedebat zou Nummer 14 een voorbeeld kunnen zijn. Hoewel hij in zijn carrière harmonieus met gekleurde spelers samenwerkte, vervolgens met zijn foundation in bijvoorbeeld Afrika en India actief was, werd de blanke Johan door Edgar Davids van racisme beticht. Het verwijt werd geen moment serieus genomen. Zijn onbetwistbare acties spraken luider dan die ene opmerking die hij had gemaakt over Davids aanstelling in de Raad van Commissarissen. Cruijff deed er het zwijgen toe. In het huidige tumult stelt ‘De Pitbull’ zich mild en constructief op.

Of Cruijff zich daadwerkelijk over het Coronavirus zou hebben uitgesproken, is waarschijnlijk. Dat hij zich zou hebben bemoeid met de hervatting van het voetbal; dat staat als een paal boven water. Bijna overal wordt weer gespeeld en worden straks kampioenen gekroond. Nederland was één van de eerste landen die de deur van de competitie in het slot gooide. Bij monde van Marc Overmars ondersteunde Ajax hardop een beslissing waar op zeker gedonder van zou komen. Er was bovendien geen reden tot haast en van AZ kon niet verwacht worden dat ze hun voordelige onderlinge resultaat met de Amsterdammers niet in de strijd zouden werpen. Vanuit Barcelona zou Johan Ajax ongetwijfeld hebben gewezen op een gebrek aan overzicht en ambitie. Ook al is het zonder publiek; hoe geweldig zou het zijn om Ajax nu te zien strijden voor een nieuwe landstitel? We snakken naar onze Eredivisie en iedereen had die lege stadions voor lief genomen. Zoals de ‘Klisjeemannetjes’ Van Kooten en De Bie dolden over hoe je opgewonden kon raken van pin-upgirls in de Panorama: ‘Kijken, kijken en de rest erbij denken’.

Robert Leon ©

In Mokum Magazine – juli 2020 (#82)

DE LAATSTE DANS

Terwijl de naar ‘live’ competitiesport verlangende wereld zich vergaapte aan tien delen Michael Jordan en de Chicago Bulls, vierde Ajax en herdacht voetbalhunkerend Nederland de laatste Champions leaguetitel van de Amsterdammers, 25 jaar geleden. Aan de vooravond van de ESPN (en Netflix) serie ‘The Last Dance’ sprak MJ de verwachting uit dat hij wel eens zou kunnen overkomen als een ‘verschrikkelijk persoon’. Iemand die niets en niemand spaart om te kunnen winnen. Het is een vermoeden dat je Louis van Gaal nooit zal horen uitspreken. Hij weet zich boven alle partijen en regisseert nauwkeurig wat er over hem naar buiten komt. Hoewel Jordan een vanzelfsprekende ‘Final cut’ had over deze volumineuze documentaire, maakte hij daar volgens regisseur Jason Hehir geen enkele keer gebruik van. Van Gaal geeft daarentegen onomwonden toe hele interviews te herschrijven. Uiteraard onder het mom dat het er zó moet staan zoals hij het bedoeld heeft. De journalist op audiëntie en als doorgeefluik.

Nooit eerder werd Louis aangesproken op zijn aanstelling bij FC Barcelona (1997), nog voordat de zittende trainer Bobby Robson moest worden weggewerkt. Hij arriveerde in Catalonië, één jaar na het gedwongen vertrek van Johan Cruijff en trapte onmiddellijk tegen het paradepaardje van JC. Alles moest anders, te beginnen bij de jeugdopleiding. Collega Robson slachtofferen en acht jaar Cruijff achteloos devalueren. Niet vreemd dat het nooit meer goed kwam tussen de heren. Van Gaal waste zijn handen in onschuld. Ook toen hij zich door de Raad van Commissarissen zonder een afwezige Johan liet benoemen tot algemeen directeur van Ajax (2011). Het was een regelrechte coupe en de voorspelbare ellende was niet te overzien. De club en zijn iconen zaten voortdurend in de rechtszaal. Van Gaal kwam echter niet in beeld, werd hierover nooit bevraagd en verklaart nu doodleuk in zijn recente boek dat louter de RvC in deze verantwoordelijkheid droeg. Tijdens het persoffensief rond ‘LvG’ kon Louis zijn wrok tegen Cruijff nog altijd niet bedwingen. De gehele voetbalwereld roemt JC om zijn immense invloed die door Van Gaal desgevraagd vluchtig wordt gedecimeerd tot slechts het ‘spelen met een valse spits’. De voorzichtige hoon die hem vervolgens ten deel viel, moet hem hebben verrast want Louis van Gaal komt toch overal mee weg?

De journalisten waar hij standaard, een ziekelijk vijandige relatie mee onderhoudt, zijn murw gepatroniseerd en mijden bij voorkeur de confrontatie. In één van zijn laatste persconferenties als trainer van Manchester United vertelde hij opeens dat Wayne Rooney ‘the best captain’ was waarmee hij had gewerkt. Hoe zou Danny Blind hierop reageren als hij dit hoort, vroeg hij zich geëmotioneerd af. Na die laatste klus in Engeland, besloot een gepensioneerde Van Gaal in een docu over Danny dat juist hij zijn beste aanvoerder was geweest. Niemand weet hoe Wayne dit nu moet verwerken of is hij onwetend, deze dans ontsprongen?

Robert Leon ©

In Mokum Magazine – juni 2020 (#81)

COMPLOTDENKEN

Het had achter de Noord-Koreaanse deuren van de UEFA scheidsrechtersbijeenkomst op Mallorca geheim moeten blijven. De volledige vergadering en zijn voorzitter waren unaniem in hun evaluatie. Ajax was op bezoek bij Chelsea bij een 2-4 voorsprong onvergelijkbaar zwaar benadeeld door de Italiaanse arbiter Gianluca Rocchi dat het een godswonder was dat de Amsterdammers het op een 4-4 gelijkspel wisten af te sluiten. De schande van Londen zou bijdragen aan het missen van de knock-outfase van de Champions League en de prelude zijn van de daaropvolgende depressie waarin Ajax in 16 wedstrijden, 8 keer zou verliezen en uit de KNVB beker zou worden geknikkerd.

Grensrechters zijn masochisten. Ze gaan ambitieus aan een zijlijn staan terwijl bijvoorbeeld ‘Buitenspel’ door hen fysiek onmogelijk kan worden beoordeeld. Het vertrek van de bal en de positie van de ontvanger is vaak genoeg door twee ogen niet in hetzelfde beeld te vangen. Scheidsrechters horen niet op te vallen maar dat is teveel gevraagd. Ondanks uniforme richtlijnen fluiten ze allemaal hun eigen wedstrijdje en dat van enige individuele consistentie al geen sprake is, zet ze niet aan het denken. Oud-UEFA-voorzitter Lennart Johansson pareerde de kritiek op de arbitrage door te stellen dat zolang de spelers fouten maken, het falen van leidsmannen, hen niet aangerekend mag worden. Alsof een rechter in een proces er met de pet naar mag gooien omdat de verdachte (en dat is ‘fout’) de wet heeft overtreden.

Dat de UEFA graag de andere kant op kijkt, is Ajax niet onbekend. Op 13 september 1978 verloor Ajax in Bilbao (2-0) van Athletic. In de prachtige ‘Kathedraal’ San Mamés zag de West-Duitser Walter Horstman een doelpunt in een schot van Vidal op de reclameborden. De foto’s illustreerden later het onrecht dat in Amsterdam kon worden rechtgezet (3-0). Dit verzonnen doelpunt is echter onschuldig, vergeleken met de ‘De moeder aller dwalingen’, een flagrante omkoping zonder consequenties.

Op 7 december 2011 verloor Ajax bij Real Madrid (3-0) terwijl Olympique Lyon gelijktijdig in Zagreb tegen het uitgeschakelde Dinamo met groot verschil moest gaan winnen om Ajax op doelsaldo uit de Champions League te wippen. De dubieuze avond zou het begrip de ‘Knipoog-Kroaat’ opleveren. Domagoj Vida die de Lyon-spits Gomis bij de vijfde goal, pontificaal laat weten dat de prijsafspraak voorspoedig verloopt. Olympique zou aan de 1-7 uitwinst voldoende hebben. De Fransen speelden al met 10 man toen het eerst op achterstand kwam en toch zag de UEFA zag geen enkele reden tot onderzoek.

Het complotdenken werd door de catastrofe op Stamford Bridge nieuw leven ingeblazen. De ‘bevelhebber’ Rocchi fluit inmiddels niet meer maar daar is Ajax niet mee geholpen. De Amsterdammers hebben echter niet altijd over scheidsrechters te klagen. In de bekerfinale van 2002, stond Wamberto naar zijn zeggen ‘drie meter’ buitenspel om een verlenging af te dwingen. Daarin scoorde Zlatan de ‘Golden goal’.

Robert Leon ©

In Mokum Magazine – mei 2020 (#80)

‘SOCIAL DISTANCING’

Het leven zoals we dat gewend zijn, is met een onvrijwillige ruk aan de maatschappelijke handrem tot stilstand gekomen. Verlaten straten, dichte winkels en afgelaste evenementen illustreren een apocalyptisch land en hoofdstad. Het Coronavirus grijpt zodanig om zich heen dat sport in het algemeen en ook het heilige voetbal niet langer kunnen worden beoefend. Zelfs niet zonder publiek. Alle competities liggen stil, het EK en De Spelen zijn een jaar uitgesteld en het moment dat er weer tegen een bal kan worden getrapt, is ongewis. Nederland denkt niet meer aan een titelstrijd tussen Ajax en AZ, onze kansen op dat EK of aan Gouden plakken in Tokio. Het gaat nu dagelijks om aantallen nieuwe besmettingen, ziekenhuisopnames, beschikbare Intensive carebedden en hoeveel mensen zijn overleden. Onheilspellende ranglijsten die sport, voetbal en andere bijzaken degraderen tot triviaal tijdverdrijf.

Een inzicht dat ons doet herinneren aan de zomer van 2017 toen een individueel incident, de sport- en voetbalwereld ook met een vergelijkbaar perspectief van relativering confronteerde. Nadat duidelijk was geworden dat Abdelhak Nouri als gevolg van zijn hartstilstand, blijvende schade had opgelopen, werd voetbal op De Toekomst onbewust onbeduidend. Een gemoedstoestand die pas enigszins kon worden geblust toen Ajax die betekenisvolle 34ste landstitel, twee jaar later op het Museumplein met de fans maar vooral met de familie van Nouri kon vieren.

Op 8 juli 2020 is het drie jaar geleden dat Nouri onderuit ging. Bijna een jaar na het ongeluk, sprak Ajax naar aanleiding van het omstreden optreden van de medische staf, bij monde van een geëmotioneerde Edwin van der Sar uit, aansprakelijk te zijn. Deze publieke biecht leek een prelude te zijn van een stijlvolle oplossing en passende compensatie voor de getroffen familie. Uit de voorlaatste uitzending van De Wereld Draait Door blijkt helaas een andere werkelijkheid. Ajax toont zich niet de warme club waar Abdelhak, Donny, Steven (Bergwijn) en Frenkie vriendschappen voor het leven sloten; het is nu het om centjes gaat, weer een koud, beursgenoteerd bedrijf waar blijkbaar de regie uit de handen van Edwin is gerukt. Voor onnodige aan- en miskopen en voor tussentijds verbeterde contracten liggen de miljoenen euro’s in kas voor het oprapen. De Raad van Commissarissen moet zich diep schamen dat dit dossier nog niet naar tevredenheid is afgerond. Wellicht zou een bezoekje van Danny Blind en zijn collega bobo’s aan de gevallen ‘Appie’, de onbegrijpelijke onzin van deze slepende kwestie duidelijk maken.

In deze tijden van collectief afgesproken huisarresten is ‘Social Distancing’ het laatste dat Ajax zich in deze zaak nog kan permitteren. Laat Van der Sar het daarom onmiddellijk genereus regelen. Het duurt te lang.

Robert Leon ©

In Mokum Magazine – april 2020 (#79)